Paas mij die doekoe
Yo man! Paas mij die doekoe, dan kan ik weer ff chill met mijn matties een jonko temmen. Tegenwoordig is het horen van straattaal onvermijdelijk. In de bus, trein, metro, radio en tv, overal wordt straattaal gebruikt. Maar wat is straattaal eigenlijk? In de dikke Van Dale staat straattaal als volgt omschreven: “Straattaal is de taal zoals men die op straat hoort. Een platte en ruwe taal.” Straattaal is een combinatie van woorden uit het Engels, Marokkaans, Antilliaans, Surinaams, Turks en uiteraard Nederlands als de basis. Vooral jongeren gebruiken de taal en dan vooral op plekken waar autochtone jongeren met allochtone jongeren in aanraking komen. Onze grote steden zijn dan ook een broedplaats voor straattaal. Rotterdam kent meer dan 100 verschillende nationaliteiten en Amsterdam kent zelfs meer dan 150 verschillende nationaliteiten. De meningen over straattaal zijn verdeeld. Er zijn mensen die vrezen dat het gebruik van straattaal een bedreiging kan zijn voor onze huidige taal. Anderen zien het juist als een welkome aanvulling op onze taal. Ik vind ook dat straattaal een welkome aanvulling is op onze taal, omdat straattaal bewijst dat een taal leeft. Het ontstaan van nieuwe woorden is van alle tijden, soms verdwijnen nieuwe woorden ook weer. Zo bedachten de cabaretiers Van Kooten en De Bie in 1986 het woord ‘arro.’ Het werd zelfs opgenomen in het woordenboek, maar tegenwoordig hoor je het nooit meer. Kortom, straattaal is geen bedreiging, maar juist een verrijking van onze taal.
Raoel Koole, werkstudent
De eerste zin betekent: Hé man! Kun jij het geld aan mij geven, dan ik weer lekker met mijn vrienden een jointje roken.




